Deze vraag gaat over ADR 1.10.3 (Voorschriften voor gevaarlijke goederen met een hoog gevarenpotentieel).

In ADR 1.10.3.1.2 is gesteld:
Gevaarlijke goederen met een hoog gevarenpotentieel in klassen anders dan klasse 7 zijn die welke in tabel 1.10.3.1.2 hieronder worden genoemd, voor zover zij worden vervoerd in grotere dan de daar vermelde hoeveelheden.

Er wordt niet gesproken over ‘etiketten’, noch over ‘hoofdgevaar’ of ‘bijkomend gevaar’. Dat betekent dus dat we naar de gevarenklasse moeten kijken. De gevarenklasse van een stof/voorwerp is genoemd in kolom 3a van tabel 3.2A. Eventuele extra etiketten (die men zou kunnen beschouwen als ‘bijkomende gevaren’) zijn voor de stof/verpakkingsgroep terug te vinden in kolom 5. Deze extra etiketten zijn daarom niet relevant voor 1.10.3.

In het geval van UN1230, 3, (6.1), II is in tabel 3.2A de gevarenklasse 3 vermeld en als extra etiket 6.1.

In tabel 1.10.3.1.2. staat vermeld:

 

 

Waarbij:
a) Niet relevant.
b) Ongeacht de hoeveelheid zijn de voorschriften in 1.10.3 niet van toepassing.

Ofwel: 10 vaten UN1230, een stof van gevarenklasse 3, II, vallen niet onder de goederen met een hoog gevarenpotentieel omdat bij colli van gevarenklasse 3 wordt voorgeschreven: ‘ongeacht de hoeveelheid zijn de voorschriften in 1.10.3 niet van toepassing.